‘Kampioen relativeren, zet dat maar boven je stukkie’ (Revu)

“This is Tony Montana”, klinkt het aan de andere kant van de lijn. “You fuck with me, you fucking with the best!” Alleen dit is niet de stem van het doorgesnoven alterego van Al Pacino, vlak voordat ‘ie in de cultfilm Scarface met een kilo lood wordt doorzeefd. Het is de voicemail van Theo Wesselo. De schrijver, kunstenaar, muzikant en ja, die andere Rembo. Misschien wel net zo’n boef in het echt als Tony in de film, maar dan zonder rokend M16-machinegeweer.

Nieuwe Revu sprak Theo in een van zijn favoriete kroegen, de Tiki’s in de Hartmansstraat. Om het te hebben over zijn eerste officiële dichtbundel, Rotterdam en de normale dingen des levens. Met een paar kopstootjes achter de kiezen kwamen we via een kelder vol wietplanten en vermoeide vrouwen in banden al snel uit bij chips eten op de plee en een nieuwe, levensgevaarlijke sitcom.

 

Just did it

“Tuurlijk geef ik weinig over mezelf prijs”, begint Theo, terwijl hij zijn glas Jupiler vastpakt. “Ik heb zoveel shit meegemaakt. Maar als ik dat aan jou vertel, begint het op zelfmedelijden te lijken.” Zijn zwartleren jas staat open, net als de bovenste trits knoopjes van zijn bont en blauwe overhemd vol bliksemschichten en samoeraivechters. De swoosh van de Just did it-tatoeage op zijn borst is voor de helft zichtbaar. Hij neemt een royale slok en leunt naar voren, waardoor de zilveren schakelketting rond zijn hals bungelt. “Weet je wat ik heel belangrijk in het leven vind? Je mag nooit zelfmedelijden hebben.”

 

Theo-Wesselo02-1024x682

Foto: Sasha Ivantic

 

Rake opmerkingen van de begin vijftiger, die bij het Nederlandse kijkbuispubliek van dertig jaar en ouder de eeuwigheid in gaat als die ene van Rembo & Rembo. Doordat omroep VPRO de archieven van het jeugdprogramma dit voorjaar online zette, was Theo weer een graag geziene gast bij verschillende tv-programma’s. Een ster als hij is in reclame maken voor zichzelf stortte Theo live op televisie een boel onzin uit over zijn lichtelijk verbouwereerde gastheren. De zes ton aan belastinggeld verdienende Matthijs van Nieuwkerk zat daardoor bij de DWDD met een zeldzame mond vol tanden. Rutger Castricum van Studio Powned kon niet beter dan zich nogal ongemakkelijk naar het eind van het item grimassen.

Voert hij daar een showtje op? “Oh, dat zou kunnen, maar niet meer dan die andere gasten die daar zitten”, zegt Theo, zich van geen kwaad bewust. “Zou ook wel heel dom zijn om het niet te doen, want dat zou betekenen dat ze zichzelf zijn. Dat is toch wel heel triest hè.”

 

LEKKER STRAK HÈ?

Het korte, onverwachte en brutale, daarin is de geboren Ridderkerker heer en meester. Neem nou het in enorm vette letters op zijn buik getatoeëerde FUCK. Wat weer hoort bij het gedicht SHIT en bedoeld is voor slechthorenden. Zijn gedachten vertrouwt hij naast zijn volgetatoeëerde lichaam ook toe aan het papier. Theo schrijft verhalen en gedichten, die hij veelal voordraagt tijdens optredens van zijn shitdiscoband Hausmagger. Nog zo’n pareltje: “Ligt een stelletje in de berm te pompen. Lekker strak hè, zegt het meisje. Ligt niet aan jou hoor, zegt de jongen.”

 

Theo-Wesselo03-1024x682

Foto: Sasha Ivantic

 

Zijn eerste officiële dichtbundel is sinds mei te koop. De eerste druk is er alweer doorheen. Volgens Theo “gewoon een boekie met een paar brutale gedichies erin”. Mensen moeten zich er vooral niet zo druk om maken. Door alle aandacht komt het notitieblokje, formaat kontzak, bovendien zijn neus alweer uit. Ook is het, op de hysterische bandwebsite na, zowat nergens verkrijgbaar. “Dat is maar goed, want eigenlijk mag ik helemaal niks verdienen”, zegt hij met een glimlach. “Ik sta onder curatele. Alles gaat naar het goeie doel.”

 

ROKKENJAGERT

Zenuwachtig getril in de binnenzak van zijn leren jas. “Je zou me moeten opzoeken als je me wil zien”, leest Theo na wat gegrabbel voor vanaf het scherm van zijn mobieltje. Vriendinnetje? vraagt Nieuwe Revu. “De zangeres van een beetje een underground punkband”, is z’n antwoord, de vraag negerend. “Ik doe niet meer aan vaste relaties”, volgt na het versturen van een reactie. “Polyamoreus ben ik. Ken je dat?”

 

Op de dag dat ik 40 werd, begreep ik het leven ineens

 

Er volgt een uitleg over mensen die naast elkaar relaties kunnen hebben en op een bepaald moment één zijn. Theo: “Dan is het misschien een paar uur later nog één.” Aha, een liefhebber van vrouwen. Ja, dat snappen we wel. “Ik wist het eerst niet joh, dat dit voor mij het beste is. Maar op de dag dat ik 40 werd, begreep ik het leven ineens.”

Daar heeft ‘ie even over gedaan dus, want de weg lag bezaaid met landmijnen en handgranaten. Zo blies een burn-out avant la lettre, een krappe tien jaar geleden, het fundament onder Theo’s kaartenhuis vandaan. De gedwongen verkoop van zijn woning in Mathenesse volgde en zadelde hem op met een fikse schuld. “D’r gebeurden allerlei dingen tegelijk”, luidt zijn samenvatting van die periode. “M’n moeder was dood enzo. Ik kwam op straat te staan.”

 

Theo-Wesselo04-1024x682

Foto: Sasha Ivantic

 

Het was de grootte van de kelder die Theo in eerste instantie verleidde tot het afsluiten van een hypotheek. “Denk dat ik een van de eerste in Rotterdam was met achthonderd planten. Hééeel professioneel allemaal, en nooit gepakt.” Alles zelf opgerookt zeker? “Dat is eigenlijk heel grappig”, vervolgt hij. “Sinds ik in 2011 zei dat ik naar een kliniek ben geweest (drie weken in Castle Crack in Schotland, red.), is dat ook wat bij mensen blijft haken. Eens een dief altijd een dief. Eens een junk altijd een junk. Mensen zijn wat dat betreft heel voorspelbaar. Maar het interesseert me geen fuck wat ze denken of schrijven. Wat dat betreft ben ik wel kampioen relativeren. Zet dat maar boven je stukkie.”

 

Ik kan me prima vermaken zonder dak boven m’n hoofd. Zonder telefoon, in de goot

 

WHITE RUSSIANS

Waar hij woont in Rotterdam, wil Theo niet zeggen. Zelfs de wijk blijft een geheim. Blij dat hij daar onopgemerkt naar de supermarkt kan gaan. “Vroeger was ik een hele goeie kok. Nu kom ik bij vrienden thuis. Vaak eet ik ook op de plee, weet je wel. Dan zie ik een zak chips staan. Met een tijdschrift erbij, de Computeridee ofzo. En ik moet een liter melk per dag hebben. Van die gepasteuriseerde shit. Daar gaat dan wodka doorheen.” Theo doet ’t allemaal graag anders. “Radicaal in het dingen niet doen”, noemt hij het.

 

Theo-Wesselo08-1024x682

Foto: Sasha Ivantic

 

Laura, de bardame met de zwarte latex werkhandschoenen, komt naast hem zitten. Slaat een arm om Theo heen, waardoor een blik in haar diepe decolleté de enige optie is. “Heeft die journalist nou al een goeie vraag gesteld?” zegt ze. “Nee, maar de antwoorden zijn dubbel”, buldert hij. Er volgt een nieuwe ronde bier, met evenzoveel jonge jenevers ernaast.

Om eerlijk te zijn, vindt Theo Rotterdam geen hol meer aan. “Het woord is hip”, luidt zijn analyse van de recente hype rondom de Maasstad. “In Amsterdam zijn gewoon allemaal feesten, elke dag. Hier sluit alles om één uur en de zaken die open zijn, ken je als je broekzak.” In Rotterdam is de dichter, als hij gaat, “doorzichtig”. Iemand die altijd overdag naar de kroeg gaat. Wat hij zou veranderen als hij een dag burgemeester van de stad mag zijn? “Dan zou ik z’n jaarsalaris opgokken.”

 

EEN GOKKIE OP Z’N TIJD

Een gok wagen in het casino, dat doet hij wel vaker: “Om tot rust te komen.” Rondlopen over dat fijne halfpolige tapijt en geld in een fruitautomaatje pleuren. “Je moet goed zijn met je vingers. Gewoon drukken”, is zijn speltip. Een andere gok: In 1987 verliet hij met ruzie in plaats van met een diploma de kunstacademie in Rotterdam. “Ik had goeie ideeën alleen die konden daar niet, want het was te plat. Terwijl er helemaal niemand meer is die een naakt wijf kan tekenen.”

Hij ging gelijk door met televisiewerk. En met Maxim Hartman, die hij op de academie had leren kennen. In datzelfde jaar zond Villa Achterwerk de allereerste Rembo & Rembo-aflevering uit. Kort daarop volgde Purno de Purno. Het mannetje in paars schaatspak met de hoge stem van Theo. “Heel lang heb ik daardoor geen kunst gemaakt. Geen schilderij of penseel aangeraakt, ook omdat de lol je door zo’n kunstacademie helemaal wordt ontnomen.”

 

Theo-Wesselo01-1024x682

Foto: Sasha Ivantic

 

Maar Theo haalde zijn schildersezel toch weer onder het stof vandaan. Hij exposeerde onlangs in Dordrecht en begin dit jaar in de hoofdstad, nadat hij twee maanden met kunstenaar Steven de Peven in een atelier doorbracht. Het resultaat: een serie tired girls op doek, vrouwen met banden. “Het werd verkocht dusse. Ik vond het wel een goeie.”

Momenteel werkt hij “met een aantal gasten, ik zeg niet welke” aan een nieuwe sitcom. “We (inclusief Maxim Hartman, red.) worden natuurlijk de hele tijd gevraagd om zoiets te doen, omdat we gestopt zijn op het goede moment.” Het moet een comedyserie worden met een grapdichtheid van één per tien seconden, zodat het levensgevaarlijk is om naar te kijken, volgens Theo. Humor met een mentaliteit zoals Tommy Cooper en Benny Hill hadden en te zien is in Little Brittain. Het script is inmiddels opgestuurd.

 

CALEIDOSCOPISCH HARD

En dan zijn er nog die verhalen waarvan iedereen knock-out moet gaan. “Dat kennen we hier niet zo. Korte verhalen die caleidoscopisch hard uit de hoek komen, die pijn in je kloten doen.” Hij schrijft ze om gasten op hun flikker te geven, die denken dat ze het beter weten. En Theo houdt het graag kort: “Omdat het niet nodig is lange verhalen te schrijven.”

 

Theo-Wesselo07-1024x682

Foto: Sasha Ivantic

 

Je kan veel van ‘em vinden, maar verschrokken is de Rotterdammer niet. In zijn jongere jaren liep hij in de kroeg met regelmaat tegen een klap op zijn kanis aan. Verloor een tand na een tik van een Hell’s Angel met een motorhelm. Was, naar eigen zeggen, bijzonder recalcitrant. Hoewel de jaren hem ietsie milder hebben gemaakt – hij is vader van twee jongens – blijft dat imago nog altijd aan hem kleven. “Je moet niet vergeten dat ik een slechte reputatie heb. Mensen vinden het allemaal wel interessant om met mij samen te werken, maar liever gaan ze het niet aan. Ik zeg altijd wat ik vind en dat is moeilijk geweest voor iedereen.”

 

Ik denk niet dat ik veel gezopen heb, als ik het vergelijk met anderen die veel gezopen hebben

 

De dood van zijn ouders en het vastzitten in een relatie. Leven in de goot en de worsteling met drank en drugs. De ellende leerde Theo relativeren. Een troef die tijdens het interview meermaals op tafel komt. “Ik denk niet dat ik veel gezopen heb, als ik het vergelijk met anderen die veel gezopen hebben.” Naast iedere dag een zak geld is dit relativeringsvermogen dan ook het belangrijkste dat hij zijn jongens van 15 en 18, die wonen bij hun “supergoeie moeder”, wil meegeven. “Van het werkwoord relativeren”, verduidelijkt Theo nog maar even. “Daar zit relatie in en veren. Je moet ook wat meemaken hè.”

 

Theo-Wesselo06-1024x634

Foto: Sasha Ivantic

 

Dan Hausmagger. De band waar Theo nog altijd, en gemiddeld één keer per maand, mee optreedt. En dat is meer dan genoeg, vindt hij. “Ik ben geen 28 hè. Niet dat ik het niet meer volhou, maar dat weet je van te voren niet. Kan zomaar zijn dat ik ineens neerpleur.” De gitarist heeft inmiddels definitief plaatsgemaakt voor een toetsenist. Een ingreep die volgens Theo zorgt voor een onwijs goeie sound. “Eigenlijk beter dan ooit.”

Een derde album, de vorige dateert uit 2013, zit er voorlopig niet in. “Zo’n plaat zegt helemaal geen ene hol natuurlijk. Als ik een lied heb, dan neem ik het op en pleur het op Youtube.” Onverwacht hoog op de agenda: “Een echte tearjurker, weet je wel. Zo’n ballad die voldoet aan alles eisen van een Burt Bacharack-song. Violen erbij, piano enzo. Dat moet af en toe gewoon. Een soort Marco Borsato-zeiknummer, maar dan goed.”

 


Dit artikel verscheen in de televisiespecial van weekblad Nieuwe Revu, oktober 2015.



LEES HIER MEER VERHALEN