Noodingrepen om daling van Nederland te voorkomen (FD)

Wegen verzakken en bij een regenbui staat Zegveld blank. Een hele wijk wordt zeventig centimeter hoger gelegd, een kostbare klus.

 

Bergen met zand en stapels met stenen liggen verspreid over de Eikenlaan in het Utrechtse dorp Zegveld. Twee nieuwe afvoerputjes steken uit een dikke laag donkergrijs zand zo’n dertig centimeter omhoog. De ene helft van de straat is opgebroken en blubberig. De andere helft ligt strak in de rode klinkers. Aan weerszijden zijn bewoners bezig om hun voor- en achtertuin vol te scheppen met grond.

‘Voordat we begonnen stond het water hier net zo hoog als de straat’, zegt Cor van Tuijl, wethouder van de gemeente Woerden, terwijl hij wijst naar een slootje tussen twee huizenblokken. ‘Na forse buien bleef het regenwater in de straten staan. Wegen zaten vol met hobbels en kuilen. Rioleringen waren verzakt. Bij een aantal huizen kon je zelfs onder de fundering door kijken.’

 

Veengronden klinken in

De schop ging in januari in de grond om de woonwijk, met een oppervlakte van vier hectare, op te hogen. Straten, trottoirs, kabels, leidingen en de riolering. Alles wordt zeventig centimeter omhooggebracht. Totale kosten: € 1,8 mln. De bouwvakkers hebben nog zo’n negentig meter te gaan voordat ze de wijk weer aansluiten op de Middenweg naar Woerden, die ook wordt aangepakt. Daarna volgt de aangrenzende buurt.

In Zegveld doet zich in het klein voor wat elders in Nederland op grotere schaal plaatsvindt. Veengronden, die in Friesland en van Zaandam tot Dordrecht de afgelopen eeuwen zijn ontgonnen voor landbouw, bewoning en economische activiteiten, klinken in. De bodem daalt uit zichzelf (autonoom), maar de druk van bebouwing en het bemalen van de polders versnellen dit proces. Wat niet onderheid is, verzakt in min of meerdere mate. Daardoor ontstaat schade én is er een noodzaak tot ophogen.

 

Piepschuim

Met een aantal ingrepen probeert de gemeente Woerden de bodemdaling in Zegveld te vertragen en toekomstige schade en overlast te beperken. ‘De oude grond onder de straten is tot anderhalve meter afgegraven’, zegt Welmoed Visser, projectmanager van ingenieursbureau Grontmij. ‘Daarvoor in de plaats is een laag bims teruggestort, vulkanisch gesteente, veel lichter dan zand. Het doel is om de bodem minder zwaar te belasten.’

Om diezelfde reden wordt de Middenweg aangelegd op piepschuim, een andere methode om druk van de weg op het veen te verlichten. De meerkosten voor het gebruik van het lichtgewicht materiaal bedragen ruim € 500.000. Kosten die de gemeente Woerden wil ‘terugverdienen’ doordat verzakkingen minder snel zullen optreden. ‘Met deze ingreep hopen we het de komende twintig, vijfentwintig jaar uit te houden’, aldus Van Tuijl.

 

 

5b-Bodemdaling_credits-FlickrArnoud-van-Otterloo

 

Verstrikkende tango

Met gemiddeld anderhalve centimeter per jaar daalt de bodem onder Zegveld anderhalve meter in een eeuw. De ruim tweeduizend inwoners leven inmiddels op 1,9 meter beneden zeeniveau. Om hun droge voeten te garanderen, en tegelijkertijd het landelijke gebied eromheen geschikt te maken voor landbouw, dansen overheden met elkaar een verstrikkende tango.

‘De provincie Utrecht bepaalt welke functie een gebied heeft, zoals agrarisch of wonen’, zegt Els van der Vorm, bestuurder bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. ‘Het hoogheemraadschap maakt vervolgens het gebruik ervan mogelijk door water af te voeren en de polder droog te houden. Daardoor klinkt het veen in.’ De gemeente Woerden en haar bewoners hogen op, waardoor het gewicht op de ondergrond verder toeneemt. Wegen, rioleringen en tuinen verzakken daardoor keer op keer.

 

Slappe bodem

Woerden is een van de tweeënzestig gemeenten in Nederland met een zeer slechte bodem. De onderhoudscyclus van wegen wordt drie keer sneller doorlopen dan elders: vervanging van een weg vindt plaats na twintig tot dertig jaar. Gemiddeld gebeurt dit in Nederland na zestig tot honderd jaar.

In 2005 raamde onderzoeksbureau Cebeon de extra kosten voor het onderhoud van infrastructuur als gevolg van een slappe bodem op jaarlijks € 250 mln. Volgens Rioned, een koepelorganisatie voor riolering en stedelijk waterbeheer, geven gemeenten op een slappe bodem gemiddeld tweemaal zoveel uit aan het vervangen en onderhouden van rioleringen dan gemeenten op een zanderige en stevige kleigrond.

 

‘Je weet het van tevoren als je in Zegveld gaat wonen. De grond zakt onder je voeten vandaan.’

 

Bodemdaling stelt gemeenten als Woerden voor extra kosten. ‘Die zijn bij ons onevenredig hoog’, zegt Van Tuijl, ‘en moeten toch uiteindelijk door de samenleving worden opgebracht.’ Ondanks twee eerdere herverdelingen van het Gemeentefonds ten gunste van gemeenten met een slappe bodem ziet Van Tuijl dat het financieren van infrastructuur, vooral het onderhoud ervan, een probleem wordt. ‘Vanuit het Platform Slappe Bodem willen we de problematiek daarom goed tussen de oren van het Rijk en de deltacommissaris krijgen.’

De gepensioneerde Henk is al een maand bezig in de tuin van zijn hoekhuis. Om gelijk met het straatniveau van de Eikenlaan te komen, moet er zeventig centimeter zand op. Hoeveel kuub erin is gegaan? ‘Geen idee’, zegt de Zegvelder, terwijl hij zijn versleten werkhandschoenen uittrekt. ‘Gelukkig krijgen de bewoners de grond en een uur lang een koppeltje stratenmakers van de gemeente. Maar mijn kosten komen alsnog boven de € 20.000 uit.’ Vanwege werkzaamheden aan kabels en leidingen moest onder meer het tuinhuis worden gesloopt. ‘Je weet het van tevoren als je in Zegveld gaat wonen. De grond zakt onder je voeten vandaan.’

5a-Bodemdaling-in-het-FD


Deze reportage verscheen op donderdag 31 juli 2014 in Het Financieele Dagblad. Lees hier het bijbehorende voorpaginaverhaal. Foto’s via Flickr (Arnoud van Otterloo).